In gesprek

Tijdens de vakantie zaten we op een ochtend in de ontbijtzaal van het hotel, toen er een familie binnenkwam. Het was een al wat ouder echtpaar, dat een rolstoel voortduwde. Daarin zat een broer, oom of oudere zoon, dat weet ik niet precies. De man in de rolstoel was vrijwel volledig verlamd – zelfs zijn hoofd moest worden ondersteund. 

Aanvankelijk leek het erop dat hij aan zijn lot werd overgelaten, want het halve gezin was druk met elkaar aan het praten of ging langs het ontbijtbuffet. Totdat de mannelijke helft van het paar druk in de weer ging met allemaal snoertjes die aan de rolstoel zaten. Ik begreep niet wat hij nou precies aan het doen was, tot hij een computerschermpje uitklapte. Het bleek de spraakcomputer te zijn. Toen die eenmaal was aangesloten bleek die wel heel erg hard te staan; ze schrokken een beetje van het geluid. Daarna volgde meteen de ontlading: ze moesten erom lachen, ook de man in de rolstoel grijnsde. Daarnaast leek er een soort opluchting te zijn: hij kon zich eindelijk verstaanbaar maken. Communiceren zonder spraakcomputer was absoluut onmogelijk. 

Naast het wonder der techniek werd ik geraakt door het beeld dat daarop volgde: de man die zojuist de spraakcomputer aan de praat had geholpen, schoof een stoel bij, en zat daar een minuut of 10, met volle aandacht, alleen maar voor de persoon in de rolstoel. 

Ik raakte ontroerd door dat beeld, en dacht onmiddellijk aan onze hemelse Vader. Ook Hij gaf ons een stem. Letterlijk, door ons Zijn levensadem in te blazen, maar ook in Zijn Zoon Jezus. Daardoor is er directe communicatie mogelijk tussen ons en de Vader. Wat een wonder, en wat een opluchting! Overigens is God altijd een God van verbinding geweest: bij Adam en Eva, maar ook na de zondeval zocht Hij de mens op: Hij wandelde met Henoch, sprak rechtstreeks tot Abraham en zelfs van aangezicht tot aangezicht met Mozes.

Ongelooflijk dat een zo hoog verheven God tegelijkertijd zo dichtbij wil komen, naast je wil gaan zitten, geïnteresseerd in je is. Hij komt als het ware op die stoel naast ons zitten, en vraagt: hoe gaat het met je? Waar ik ook aan dacht: van al die keren dat Hij naast me komt zitten, hoe vaak maak ik tijd om het gesprek aan te gaan, om te antwoorden? 

Martijn