Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen. Romeinen 12: 4-5
Ken je het liedje van Elly en Rikkert waarin ze een soort vertaling hebben gemaakt van de boodschap uit de bovenstaande Bijbeltekst? Een deel gaat zo:
M’n hand kan niet zeggen tegen m’n voet.
Ik heb jou niet nodig.
Stel je ’s voor dan ging het niet goed.
Niets is er overbodig.
Door de afgelopen kleine 2 jaar van Corona heen zie ik bij mezelf en anderen gebeuren dat we soms vergeten hoe God ons als lichaam bedacht heeft. Het is immers heerlijk rustig dat we niet zoveel afspraken meer ’s avonds hebben, dat we op zondagochtend wat langer in bed kunnen liggen of dat we echt de focus op ons eigen gezin kunnen leggen. Ik geloof dat God ons soms tijden geeft waarin we inderdaad op zo’n manier even tot rust kunnen komen, maar dat doet niks af aan het feit dat Hij ons tot één lichaam heeft gemaakt.
Als we gaan leven alsof we zelf een compleet lichaam zijn en Jezus het hoofd van ons lichaam, dan leven we niet volgens Gods wonderbaarlijke plan met ons. Iedereen is anders, we hebben elkaar nodig. Ik heb jou nodig om God beter te leren kennen, en jij hebt mij nodig voor hetzelfde. Met alle heiligen kunnen we de lengte, breedte, hoogte en diepte van Gods liefde waar Efeze 3 van spreekt begrijpen. Doordat we verschillend gemaakt zijn, begrijpen we ook verschillende delen van God beter. En als we dat samen delen, en samen beleven, dan bouwen we elkaar op en gaan we staan in onze roeping om één lichaam te zijn. Het maakt niet uit welk onderdeel je bent, het gaat erom dat je een onderdeel bent. Dus ik nodig je uit om je door Jezus te laten voegen in Zijn lichaam.
Ilka