Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van Zijn komst ziet naderen. (Hebreeën 10:24 en 25)
In bovenstaande Bijbeltekst roept de schrijver van Hebreeën ons ertoe op om elkaar aan te sporen lief te hebben en goed te doen. Het is één van de voorbeelden in de bijbel waarin we zien dat God een voorstander is van gemeenschap en familie. Hij heeft ons zo gemaakt dat we door anderen aangespoord, aangevuurd, toegerust en gezegend kunnen worden. Maar laat jij je makkelijk aansporen om lief te hebben en goed te doen? Of voel je je snel aangevallen, en heb je het gevoel dat iemand met de vinger staat te wijzen dat je het niet goed doet? En andersom? We zijn zoveel makkelijker opmerkzaam om te zien wat een ander fout doet, wat er ontbreekt of wat anders/beter moet.
Elkaar aansporen om lief te hebben, het geeft zo duidelijk aan wat leeft in het hart van God. Hij wil dat we naar elkaar omzien met Gods doel met die ander voor ogen. God verlangt ernaar dat we lief hebben en goed doen. En als we vanuit die hartshouding het gesprek aangaan met elkaar (en die houding zal een ander echt kunnen proeven) dan mag die openheid er zijn om elkaar aan te sporen, dan mag dat zelfs een bemoeiding zijn. Ik geloof dat dit een oproep is om samen het vuur van de Heilige Geest meer te laten branden in ons midden. De dag komt eraan dat Jezus terugkomt, en Hij verlangt naar een bruid die in vuur en vlam staat voor hem, niet een bruid die uitgeblust op een stoel zit te wachten.
Daarnaast mogen we elkaar aansporen om goed te doen. Herken je het gevoel dat je graag iets geweldigs zou willen doen, dat zoveel mensen iets belangrijkers of mooiers of knappers kunnen dan jij? Verlamt het je wel eens? Mij wel. Maar Gods verlangen is dat we goed doen, en goed doen is niet hetzelfde als iets groots of iets fantastisch doen. Prijs God als het zo uitpakt, maar de opdracht is ‘simpelweg’ om goed te doen.
Ilka