Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de één de ander voortreffelijk achten dan zichzelf. (Filippenzen 2:3)
Van de dingen die Jezus deed op aarde is de voetwassing misschien wel hetgeen waar de discipelen het minst van begrepen. Reken maar dat de voeten van de discipelen smerig waren: in die tijd was het gewoon om op blote voeten in sandalen te lopen, en dat in een omgeving met veel stof. Voeten wassen was slavenwerk. En nu deed de Zoon van God het zelf bij Zijn leerlingen. Inclusief de voeten van Judas, de man die hem spoedig daarna zou verraden. Wat een ongelooflijk teken van nederigheid.
Het tegenovergestelde van nederigheid is hoogmoed, of trots. Nog voor de eerste mens werd geschapen was er al trots in het universum: aartsengel Lucifer wilde God evenaren, van de troon stoten, hij wilde worden als God. Hoogmoed kwam voor de val, want die macht heeft hij nooit gekregen. Maar daarmee kwam trots wel in de wereld, en het zal niet voor niks zijn dat we in deze wereld zo vaak verleid worden voor onszelf te kiezen. Jij bent belangrijk, het draait om jou, als jij het maar fijn hebt. Het houdt ons weg van de opdracht die Jezus ons geeft: wil je kiezen voor de ander, wil je de minste zijn?
We hebben zo vaak geleerd: als jij niet aardig bent tegen mij, ben ik het niet tegen jou. Maar dat is niet wat Jezus van ons vraagt. Hij vraagt ons juist de ander uitnemender te achten dan jezelf, ongeacht wie die ander is of wat die doet. Dat uitnemender achten begint dus bij de ander belangrijker vinden dan jezelf. Ik moet zeggen dat ik dat soms best lastig vind: niet dat ik mezelf nou zo geweldig vind, maar het is zo verleidelijk eerst aan jezelf te denken, en dan pas aan de ander.
Dat is ook: de ander werkelijk accepteren. Accepteren dat we allemaal stof in het leven hebben opgelopen, dat al onze voeten smerig zijn. En om dat niet voor elkaar te verbergen, om ons niet beter voor te doen dan we zijn. Sterker nog, om in actie te komen: Jezus daagt jou en mij uit om elkaars vieze voeten te wassen. Dat is: er werkelijk voor elkaar zijn, met alles wat aan ons kleeft. Dat vraagt om nederigheid en kwetsbaarheid. Durf jij het aan?
Martijn